Methoden

OnderwijsèMethoden
 
Leerlingactiviteiten.

De groepen 1 en 2.

Basisontwikkeling.

In de groepen 1 en 2 wordt voornamelijk gewerkt volgens de principes van de zogenaamde “Basisontwikkeling”, onderdeel van "Ontwikkelingsgericht Werken". De leerkracht organiseert "betekenisvolle speel- en leeractiviteiten" voor de kinderen. Deze aktiviteiten worden meestal aangeboden rond een gekozen thema.

De speel- en leeromgeving (in en buiten het lokaal) is, waar mogelijk, aangepast (b.v. door speciale speel/werk- hoeken, speelhuizen) om de kinderen uit te dagen en hun ontwikkeling te stimuleren. Met de opdrachten wordt veelal aangesloten bij wat de kinderen aan kunnen. Zo wordt er vanaf het begin op niveau gewerkt.

Computers.

Er wordt een voorzichtige start gemaakt met het computergebruik. In elk lokaal zijn twee computers opgesteld.
De leerlingen leren omgaan met programma’s die hen spelenderwijs begrippen, kleuren, vormen, ruimtelijk inzicht, etc. helpen bijbrengen. Hiervoor worden onder andere programma’s als Clowns, Klieder en Okido-Construct ingezet.

Voorbereiding op Zelfstandig Werken.

Tijdens de zintuiglijke ontwikkeling wordt, bij wijze van voorbereiding op het latere Zelfstandig Werken (ZW), een beroep gedaan op de zelfstandigheid van de leerlingen:

  • De leerlingen mogen kiezen.

  • De keuzes worden met magnetische stickers zichtbaar gemaakt op het keuzebord.

  • De leerkracht noteert de keuzes in de groepsmap. De leerlingen die te vaak hetzelfde willen kiezen worden gestimuleerd hun keuze bij te stellen.

  • Als iedereen aan het werk is (spelend bezig is), wordt de leerlingen het signaal gegeven dat er even niets aan de leerkracht gevraagd mag worden (de uitgestelde aandacht).

Als de kinderen zelfstandig aan het werk zijn, heeft de leerkracht even de ruimte een groepje leerlingen extra te instrueren, te begeleiden en/of te observeren.
De leerlingen van de groepen 1 en 2 leren op deze wijze omgaan met het zelfstandig naleven van regels en afspraken en het uitvoeren van taken. Dit vormt een goede voorbereiding op het latere Zelfstandig Werken.


Het keuzebord.

Observatie.

Alle leerlingen worden gericht geobserveerd a.d.h.v. de "KleuterObservatieLijst". (KOL)
In groep 1 vindt dit drie keer -, in groep 2 twee keer - en in groep 3 één keer per kind plaats.
De leerlingen worden geobserveerd m.b.t.:

  • Het kringgedrag.

  • Het speelgedrag.

  • Het werkgedrag.

  • Het sociaal-emotioneel gedrag.

  • Het taalgebruik.

  • De motoriek.

  • De zintuiglijke ontwikkeling.

  • Het omgaan met hoeveelheden en ordenen.

  • De redzaamheid.

De observatiegegevens worden per kind bijgehouden in een “Persoonlijk Ontwikkelingsboekje”. Dit wordt met de ouders besproken. 
Naast de Pravoo-observaties, wordt de taalontwikkeling van de leerlingen apart geobserveerd. Hiervoor wordt de signaleringslijst van het Protocol Dyslexie gebruikt (de mate van ontwikkeling in de richting van lezen en spellen).

Groep 3

Vakgebieden

In aansluiting op de voorbereidende activiteiten in groep 2, beginnen de leerlingen in groep 3 met  “aanvankelijk lezen, -taal en -rekenen”. Ook starten de leerlingen met het leren schrijven.
Voor deze vakgebieden worden moderne methodes gebruikt, zoals:

  • Veilig Leren Lezen, voor taal/lezen.

  • Schrijftaal gevolgd door Handschrift, voor schrijven.

  • Pluspunt, voor rekenen.

Computers

Computers worden gericht ingezet. Er kan gebruik worden gemaakt van de computers in de nabije hal.
Er zijn programma’s beschikbaar voor extra oefening  en  extra hulp voor taal, lezen en rekenen.
Programma’s die o.a. worden gebruikt zijn: Leesladder (taal/lezen), Ambrasoft Schoolpakket (Rekenen).

Zelfstandig Werken

Naast de beoordeling van de prestaties door de leerkrachten en aansluitend op de ervaringen in de groepen 1 en 2, wordt het Zelfstandig Werken in groep 3 verder uitgebreid. Het gaat daarbij dan vooral om de basisvakken taal en rekenen.
Hierin ligt tevens een belangrijk punt voor het omgaan met verschillen binnen de groep. Vanuit de gestelde opdrachten kan er al wat meer rekening gehouden worden met de persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden van de kinderen.
In het begin van het schooljaar zet de leerkracht de opdrachten voor ZW op het bord. Hiervoor wordt een voor de leerlingen herkenbaar notatiesysteem gebruikt. Later leren de kinderen werken met een speciaal opdrachtenformulier.

Toetsing/signalering

Naast het gewone nakijkwerk en de bij de methodes behorende toetsen, worden op gezette tijden ook genormeerde (onafhankelijke) toetsen afgenomen zoals: CITO-lees-, taal- en rekentoetsen en de signaleringen volgens het Protocol Dyslexie (lezen en spellen).
In alle gevallen geldt, dat het oordeel van de leerkracht zwaar weegt.
De onafhankelijke toetsen vormen hierbij een objectieve ondersteuning. Dit is van belang voor het volgen van de vorderingen van de leerlingen, het hanteren van de zorglijn, de overgang naar de volgende groep en het eventuele zittenblijven.

Groep 4

Vakgebieden

In groep 4 worden de in groep 3 genoemde vakgebieden verder uitgebouwd.
Hiervoor worden o.a. de volgende methodes gehanteerd:

  • Taalactief, voor taal.

  • Handschrift, voor schrijven.

  • Pluspunt, voor rekenen.

  • Nieuwsbegrip XL (Internet)

  • Estafette, voor lezen

Computers

Met de inzet van de computers wordt aangesloten bij hetgeen in groep 3 aan de orde kwam.
Er wordt gebruik gemaakt van de computers in de hal.
De programma’s bieden extra oefening en extra hulp.
Gehanteerd worden onder andere: Leesladder (taal/lezen), Woordpakket Janosoft (bij Taal Actief), Ben je Ambrasoft(rekenen).
Tijdens ZW mogen de leerlingen als extra opdracht soms al wat gaan opzoeken op Internet .

Zelfstandig Werken

De organisatie van het ZW wordt verder uitgebouwd. De leerlingen werken aan de hand van een opdrachtenformulier. Zo kunnen zij meer in eigen tempo en op eigen niveau werken.

Toetsing/signalering

De toetsing en signalering worden georganiseerd volgens de opzet in groep 3. 

Groepen 5 t/m 8

Vakgebieden

In het algemeen krijgen de kinderen voor wat betreft de leerstof een basispakket aangeboden. Hiervoor zijn methodes beschikbaar die voldoen aan de kerndoelen.
Bij de vakken taal, lezen en rekenen wordt b.v. gebruik gemaakt van:

  • Taal Actief.

  • Nieuwsbegrip XL (Internet)

  • Pluspunt.

De overige vakken komen verderop aan de orde.

De kinderen werken, waar nodig en mogelijk, op hun eigen niveau. Soms individueel, soms in groepjes. Buiten de lokalen wordt gebruik gemaakt van werkhoeken/werktafels.
Voor verdiepende werkzaamheden kan onder meer gebruik gemaakt worden van een documentatiecentrum, computers (lesondersteunende programma’s en Kennisnet = Internet voor kinderen) en diverse andere leermiddelen.

Computers

Evenals in de voorgaande groepen worden ook hier computerprogramma’s gebruikt die de leerlingen in staat stellen tot extra oefenen. Voor leerlingen die dat nodig hebben worden de programma’s ook gebruikt voor extra hulp.
Er wordt gebruik gemaakt van de computers in de hal.
Vanaf groep 6 worden bewuster opdrachten gegeven tot het zoeken van informatie op Internet. In de groepen 7 en 8 wordt dit verder uitgebouwd in de richting van de voorbereiding van werkstukken, verslagen en spreekbeurten.
Gehanteerd worden onder andere de volgende programma’s: Woordpakket Janosoft (bij Taal Actief), Ambrasoft (Rekenen), Pluspunt 3 software
(rekenen), Geobas (topografie).

Zelfstandig Werken

Het Zelfstandig Werken wordt verder geïntensiveerd. De leerlingen krijgen meer verantwoordelijkheid en werken met opdrachtenformulieren.

Toetsing/signalering

De toetsing en signalering worden georganiseerd volgens de opzet in de groepen 3 en 4.
De signaleringen volgens het Protocol Dyslexie worden niet meer uitgevoerd.

Aan het eind van groep 7 wordt de leerlingen de CITO-entreetoets afgenomen. De resultaten geven aan hoever de leerling in zijn/haar ontwikkeling is. De leerkracht kan hierop, rekening houdend met de behaalde resultaten, zijn/haar lesprogramma afstemmen. De resultaten worden met de ouders besproken.

In groep 8 krijgen de leerlingen de CITO-eindtoets. Deze toets wordt medio februari afgenomen. Mede op basis van deze toets wordt de schoolkeuze voor het Voortgezet Onderwijs bepaald.

Meestal in januari wordt, ter voorbereiding op de schoolkeuze, een aparte voorlichtingsavond georganiseerd over de mogelijkheden die het Voortgezet Onderwijs te bieden heeft. Hierbij kan ook gebruik worden gemaakt van de kijkdagen die in deze periode in het Voortgezet Onderwijs worden georganiseerd. Meestal gaan de leerlingen van groep 8, samen met hun groepsleerkracht, ook nog apart een kijkje nemen in het Voortgezet Onderwijs.

Zodra de resultaten van de CITO-eindtoets binnen zijn, wordt direct een afsluitend schoolkeuzegesprek geregeld. Aan dit gesprek nemen de ouders/verzorgers, de betrokken leerling en de groepsleerkracht deel.

Zelfstandig Werken

Bij Zelfstandig Werken gaat het om een zo efficiënt en effectief mogelijk organiseren van de leertijd, met de bedoeling een zo hoog mogelijk leerrendement te behalen. Binnen deze organisatievorm komen de diverse vakgebieden samen en wordt, met het stijgen van de leerjaren, in toenemende mate een beroep gedaan op de zelfstandigheid van de leerlingen.

Na een basisinstructie mogen de leerlingen, die dat aan kunnen, snel aan het werk. De leerkracht heeft dan de mogelijkheid om extra uitleg en hulp te bieden aan de leerlingen die dat nodig hebben (de verlengde instructie). Ter ondersteuning van de leerkracht is soms een klassenassistent beschikbaar.  


zelfstandig werken.

De leerlingen in de groepen 3 t/m 8 krijgen enkele keren per week te maken met Zelfstandig Werken en kunnen daarbij profiteren van een aantal voordelen, zoals:

  • Het leren dragen van verantwoordelijkheid, het maken van keuzes en het leren nemen van beslissingen (Wat kan ik het beste wanneer en in welke volgorde doen?).

  • Het leren vooruit zien en het inschatten van hoelang een taak zal duren.

  • Het leren vervelende dingen niet uit te stellen.

  • Het leren omgaan met de registratie van werkzaamheden.

  • Het leren omgaan met het principe “een ander niet tot last zijn/niet storen”.

  • Het ontwikkelen van (huis)werk- planning (voorbereidend op het Voortgezet Onderwijs).

Meer algemeen: het leren omgaan met afspraken, waarden, normen, de meer persoonlijke vrijheid en het ervaren van het plezier bij het maken van eigen keuzes.

De leerkracht:

  • Geeft een korte (werk)instructie aan alle leerlingen. Hierdoor kunnen zij snel aan het werk.

  • Zorgt voor voor extra, uitdagende en verdiepende opdrachten voor leerlingen die meer aan kunnen.

  • Geeft verlengde instructie aan de leerlingen die dat nodig hebben. Hiervoor wordt meestal een aparte instructietafel gebruikt.

  • Heeft een snel overzicht via de door de leerlingen bijgehouden registratie en de nabesprekingen.

Binnen de (groeps)organisatie van het Zelfstandig Werken speelt een aantal consequenties een bijzondere rol, zoals:

  • De basisinstructie.

  • De individueel gerichte hulp.

  • Het (leren) omgaan met afspraken en werkdiscipline.

  • Het (alleen of in groepjes) werken in ruimtes buiten het eigen klaslokaal.

  • Het beschikbaar hebben van uiteenlopende leermiddelen.

De organisatie van het Zelfstandig Werken wordt in het team regelmatig geëvalueerd met de bedoeling, waar nodig, (randvoorwaardelijke) verbeteringen aan te brengen.

Wereldoriënterende vakken.

Voor de wereldoriënterende vakken worden o.a. de volgende methodes gebruikt:

  • Geobas, voor aardrijkskunde.

  • Tijdstip, voor geschiedenis.


project-tentoonstelling

Schoolproject

Elk jaar organiseert de school een groot project. Alle groepen doen daar aan mee. Het team kiest hiervoor een centraal thema.

Tijdens het schoolproject wordt de lesstof van de verschillende vakken zoveel mogelijk in het gekozen thema geïntegreerd.

In de projectperiode passen de leerlingen veel van de geleerde vaardigheden toe, zoals:

  • Informatie verzamelen/opzoeken (bibliotheek, internet, deskundigen vragen, etc.).

  • Samenvattingen/verslagen maken.

  • Presentaties houden (elkaar informeren).

  • Bedrijven/instanties bezoeken.

  • Expressie-activiteiten: tekenen, schilderen, muziek, drama, etc..

  • Een werkstuk samenstellen.

Vaak worden deskundigen van buiten de school uitgenodigd om de leerlingen extra informatie over het thema te geven.

Het jaarlijks schoolproject wordt afgesloten met een tentoonstelling van de werkstukken en overige gebruikte materialen. De ouders worden hiervoor uitgenodigd.

Natuuronderwijs

Voor het natuuronderwijs is een groep ouders beschikbaar welke onder auspiciën van het I.V.N. helpt natuur- onderwerpen centraal te stellen. Zo nu en dan trekken kleine groepjes, mede onder hun begeleiding, de natuur in.

Verkeer

Voor verkeer wordt vaak gebruik gemaakt van de verkeerskranten die Veilig Verkeer Nederland uitgeeft. De leerlingen van groep 8 nemen deel aan een schriftelijk- en een praktisch verkeersexamen.
Het praktisch verkeersexamen geschiedt op de fiets. Om hieraan mee te kunnen doen dienen de fietsen aan de wettelijk gestelde normen te voldoen. Elke fiets wordt dan ook vooraf gekeurd.

Werkstukken

Vanaf groep 6 leren de kinderen een werkstuk maken.
Het gaat er hierbij om, dat de kinderen leren, om gericht informatie en kennis te verzamelen over een bepaald onderwerp.
Vervolgens moeten zij over het gekozen onderwerp:

  • Samenvattingen leren maken.

  • Een tekst met eigen woorden leren opschrijven, uitwerken, typen.

  • Een goede opbouw leren maken.

  • Een tekst leren opmaken.

    • Illustraties bijvoegen.

    • Indeling van een bladzijde maken.

    • Knippen/plakken om de (logische) volgorde te verbeteren.

    • Een hoofdstukindeling samenstellen.

    • De bladzijden nummeren.

  • Correcte zinsbouw en spelling hanteren.

In groep 6 wordt het (eerste) werkstuk vooral “aan de hand van de leerkracht” gemaakt.
In de groepen 7 en 8 wordt dit verder uitgebouwd en krijgen de leerlingen de gelegenheid hun eigen werkstuk samen te stellen. In deze groepen houdt elke leerling tevens een spreekbeurt naar aanleiding van het werkstuk.


Werkstukken bekijken

Een werkstuk wordt uiteindelijk beoordeeld op de volgende onderdelen:

  • Inhoud

    •  Algehele informatie.

    • Plaatjes en tekeningen.

    • Indeling.

    • Eigen inbreng.

  • Taal:

    • Met eigen woorden geschreven?

    • Zinsbouw.

    • Spelling.

  • Afwerking:

    • Voorblad.

    • Inhoudsopgave.

    • Paginanummering.

    • Bronvermelding.

    • Knip- en plakwerk.

Het maken van een werkstuk vraagt veel tijd. Daarom mogen de leerlingen van de groepen 7 en 8 er ook thuis aan werken. Hierbij wordt een beroep gedaan op de steun van de ouders.
In een aparte brief wordt uitgelegd wat de bedoeling is en aan welke eisen het werkstuk moet voldoen.

Schoolbibliotheek

Voor verhalende teksten is een abonnement afgesloten met de Openbare Bibliotheek. Jaarlijks wordt door haar het leesboekenbestand gewisseld.

Schooltelevisie

Regelmatig nemen de groepen deel aan de TV-lessen die door de NOS worden aangeboden.

Computers

De Tandem gebruikt computers als ondersteunend middel bij het leeraanbod.
In centraal ingerichte computerruimtes zijn ,verspreid over beide locaties, voor de leerlingen ruim 56 computers beschikbaar. 12 computers staan in werkhoeken .

In de dependance wordt vooral gebruik gemaakt van de computers in de hal.
De centraal opgestelde computers worden  ingezet om snel en kort te oefenen, b.v. voor spelling (dictee), rekenen (tafels) en topografie. De computers bevatten ook programma’s die bij bepaalde methodes behoren.

Internet wordt als mogelijkheid door de leerlingen hoofdzakelijk benut om informatie “op te halen”.

Expressie-activiteiten

Voor een meer evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling zijn expressie activiteiten van groot belang.
Daarom krijgt expressie m.b.t. een aantal onderdelen een bijzonder accent.

Beeldende vorming.

De beeldende vorming is binnen onze school gericht op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden om gedachten, ervaringen en belevenissen met behulp van diverse materialen vorm te geven. In hoofdzaak gaat het daarbij om de gebieden tekenen en handvaardigheid. Tekenen en handvaardigheid worden in de groepen 1 t/m 4 binnen de eigen groep gegeven.

Ateliers.

De groepen 5 t/m 8 krijgen een combinatie van tekenen en handvaardigheid op vrijdagmiddag in de vorm van ateliers. In kleine, wisselende groepen komen hier gedurende het schooljaar diverse handvaardigheids- en tekentechnieken aan de orde. De leerlingen krijgen twee verschillende activiteiten op een middag aangeboden.


Handvaardigheidsatelier.

Kunstaanbod

Via het Kunst Educatie Platvorm Almelo (KEPA) wordt jaarlijks gebruik gemaakt van het kunstaanbod voor kinderen. Meestal vinden activiteiten die hieruit voortvloeien plaats in Hof 88.

Kunstwerk van de maand. 

Elke maand mag één van de groepen 3 t/m 8 een groepje kinderen afvaardigen om samen met één van de ouders een nieuw kunstwerk voor aan de muur te halen bij "Artdesch" in Almelo. "Artdesch" biedt ruimte aan de kunstenaar met een verstandelijke beperking.
De kinderen schrijven een motivatie waarom ze voor een bepaald kunstwerk hebben gekozen. Dit komt bij het werk te hangen. Het kunstwerk hangt in de grote hal.

Dramatische vorming.

De leerlingen leren omgaan met verschillende uitingsvormen door middel van mimiek, toneel, zang, dans, enz.  Enerzijds leren zij  zich presenteren voor een luisterend publiek, anderzijds leren zij door anderen opgevoerde presentaties te waarderen.
Wekelijks wordt dramatische vorming als een der activiteiten aangeboden tijdens de hierboven genoemde ateliers.

Periodesluitingen.

Regelmatig worden periodesluitingen georganiseerd. Kinderen van diverse groepen verzorgen dan een programma waarnaar, behalve de overige kinderen, ook de ouders mogen komen kijken. In de loop van een schooljaar krijgen alle kinderen een beurt om mee te doen aan een periodesluiting.

Muzikale vorming.

De kinderen leren omgaan met spel, dans en zang. Dit komt ook regelmatig tot uitdrukking tijdens de periodesluitingen. Als leidraad wordt de methode Eigenwijs gehanteerd.

 

©2004 OBS De Tandem

Ó

Laatst bijgewerkt: 14 oktober 2011